Beste ouders,

Met groep 3 heb ik boekje 4 afgerond en ik heb met de kinderen een testje gedaan om te checken of de kinderen de stof beheersen. Dit gaat goed. Over het algemeen horen de kinderen steeds beter de klanken in de woorden en ze herkennen de  klanken steeds beter visueel. Wel merk ik dat bij een aantal dat de letters nog steeds stuk voor stuk moeten worden gespeld. Voor veel woorden die vaak voorkomen zou dit niet meer mogen. Woorden als de, het, een, in, op en alle modelwoorden moeten de kinderen eigenlijk in een oogopslag herkennen.

We zijn met kern 5 begonnen.

In deze kern leert uw kind:

Letters: eu - j - ie - l - ou - uu
Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

Uw kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur.
Het thema van deze kern is 'sprookjes' of 'verhalen en vertellingen'. De nieuwe woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, kerst of over de winter....(we lopen een beetje achter).

In deze kern leert uw kind onder andere de letters bij de klanken eu – ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze 'letters' uit 2 tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. U praat dus over de letter –eu-. Niet over de letters e-u.

Uw kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat uw kind wisselwoorden maken met de laatstgeleerde woorden en letters.

Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De kinderbieb is nu nog een chaos maar daar wordt aan gewerkt. De boeken zijn , indien mogelijk, ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!

Huiswerk groep 3: maken t/m blz. 8 in boekje 5.

Nog een tip voor thuis:

Uw kind kent al zoveel letters dat u Scrabble kunt spelen. Spreek met de spelers af dat ze alleen die letters mogen gebruiken die uw kind kent. De c - f - g - l - q - x worden daarom uit de doos gehaald.
De jeugdversie van Scrabble heeft lettersteentjes met de afbeelding van de kleine letter. Als u deze versie van het spel speelt, gebruik dan de kant van het speelbord die niet voorgedrukt is met plaatjes en woorden. Zo heeft uw kind alle ruimte om woorden te leggen die het zelf kan maken.

Groep 4

Met groep 4 hebben we weer geoefend met de kabouternamen en ik vraag de kinderen meer en meer zelfstandig kabouternamen te herkennen in woorden, naar klank en terug vanuit het geschreven woord. Dat gaat prima maar nu vergeten de kinderen weer andere regels zoals de d aan het eind van het woord. Je moet het even langer maken en dan hoor je het.

Ook hebben we oefeningen gedaan met ig en lijk woorden.

We hebben het thema vroeger afgerond en we gaan het nu over dieren hebben.

De bedoeling is dat we een soort boekje gaan maken met allerlei diersoorten: roofdieren, knaagdieren, vogels, vissen etc.

huiswerk groep 4:

spelling blz. 23 maken.

Zoveel mogelijk plaatjes van dieren meenemen.

Drie regels schrijven over een dier naar keuze.

Vriendelijke Groet, Eline